Elektrische veiligheid (Klassen)

Elektrische apparatuur wordt geclassificeerd naar de bescherming die zij biedt tegen elektrische schokken. Bij normaal bedrijf en tijdens service- en onderhoudswerkzaamheden moeten armaturen bescherming bieden tegen elektrische schokken. De veiligheid van een armatuur is afhankelijk van elektrische, mechanische en thermische aspecten, zowel onder normale omstandigheden als in storingssituaties.

De classificatie voor de elektrische veiligheid van armaturen zoals die door de IEC is opgesteld, omvat vier klassen: 0, I, II en III. Klasse III is uitsluitend van toepassing op armaturen voor zeer lage spanning (Safety Extra-Low Voltage - SELV). Onderstaande tabel geeft een korte omschrijving van elke elektrische veiligheidsklasse.

De officiële definities zijn te lang om hier voluit te vermelden, maar kunnen worden samengevat zoals ze hier zijn weergegeven. Als er een deugdelijke aardaansluiting beschikbaar is, mogen klasse I armaturen worden toegepast. In situaties waarin de aardaansluiting ontbreekt of van slechte kwaliteit is, of als er wervelstromen kunnen optreden, moeten klasse II armaturen worden toegepast. Waterdichte Klasse II-armaturen worden toegepast in (semi-)buitensituaties. De plaatselijke energieleverancier kan hiervoor passende adviezen geven.

Klasse I

Armaturen in deze Klasse zijn niet alleen elektrisch geïsoleerd maar zijn tevens voorzien van een aardaansluiting (met label) waarmee alle aanraakbare metalen onderdelen zijn verbonden die in geval van een defect ook maar enigszins onder spanning zouden kunnen komen staan.

Als een armatuur is voorzien van een flexibel netsnoer, moet dit een aarddraad bevatten. Indien dit niet het geval is, wordt de mate van elektrische beveiliging van de armatuur gelijkgesteld aan die van Klasse 0.

Indien een aansluitblok wordt gebruikt in plaats van een netsnoer, dient de metalen behuizing verbonden te zijn met de aardaansluiting van het aansluitblok. De voorziening die is aangebracht voor aarding van een armatuur moet in alle andere opzichten voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd voor Klasse I.

Klasse II

Klasse II-armaturen zijn zodanig ontwikkeld en gebouwd dat aanraakbare metalen delen niet onder spanning kunnen komen staan. Dit kan worden bereikt door middel van verzwaarde of dubbele isolatie, en zonder voorziening voor veiligheidsaarding. Indien een armatuur is voorzien van een aardcontact als een hulpmiddel om de lamp te starten, maar deze aarding is niet verbonden met de aanraakbare metalen delen, wordt de armatuur niettemin beschouwd als een Klasse I-apparaat.

Een armatuur met dubbele of verzwaarde isolatie die is voorzien van een aardaansluiting of een aardcontact moet beschouwd worden als een Klasse I-armatuur.

Als de aarddraad echter de armatuur passeert als onderdeel van voorzieningen voor doorvoerbedrading voor de installatie, en deze draad is elektrisch geïsoleerd van de armatuur met behulp van Klasse II isolatie, dan blijft de armatuur wèl Klasse II. 

Klasse III

De armaturen in deze Klasse zijn die waarin de beveiliging tegen elektrische schokken is gebaseerd op voeding met een extra-lage veiligheidsspanning (Safety Extra-Low Voltage - SELV), en waarin geen spanningen worden opgewekt die hoger zijn dan de SELV (50VAC-RMS). Gebruikelijk is een wisselspanning van maximaal 42V. Een Klasse III-armatuur mag niet voorzien zijn van middelen voor veiligheidsaarding.

Copyright (c) installatiebedrijf van der Pol BV 2015. All rights reserved.
Designed by joomlatd.com